Hoofdtekst
Daar langs het huis van Martens, een beetje hoger, daar ligt een weide en daar hoorden ze altijd een schoon belleke, Gods schel, zegden de mensen. En Leen zei dat eens tegen een pater die in 't dorp rondkwam en die kwam 's avond en toen ze Gods schel hoorden, deed hij ze slapen gaan en toen nam hij een boek en ging op 't weike. Toen hij terugkwam, zei hij: 'Nu zult ge het niet meer horen.' Dat vonden ze spijtig, dat deed toch niemand niets. Dat heb ik Tewes dikwijls voor echte waarheid horen vertellen, die wist dat van zijn vader.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In de buurt van het huis van M. hoorde men in een weide altijd een belletje rinkelen. Omdat het geluid zo mooi was, noemden de mensen het 'Gods schel'. Nadat Leen de pastoor over dat gerinkel had verteld, trok de geestelijke op een avond met een boek naar de weide. Toen de pastoor terugkwam, zei hij: "Nu zullen jullie het gerinkel niet meer horen."
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
zuid-limburgs
Vader van een vriend van de informant
fabulaat
Volgens de informant werd het verhaal verteld door een zekere T.
Naam Overig in Tekst
Leen   
Gods schel   
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
