Hoofdtekst
as we ne kie thöskôme van e bal, was er den hiele têd e licht gelêk oos; da was meschien e dwôllicht.
Beschrijving
Een vrouw die 's nachts terugkwam van een bal, werd de hele weg gevolgd door een lichtje. Misschien was dat een dwaallichtje.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (sint-truiden)
26
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorsen   
