Hoofdtekst
Jongen (Marok.): "Jantje en Pietje gaan naar de wc... uh, naar de stad. De moeder zei: 'Je moet frikandel halen.'..."
Andere jongen neemt over: "... Toen gingt'ie naar z'n [???]. Daar stond een vrouw. Toen gingt'ie haar twee keer dood doen..."
Jongen: "Nee, toen ging ze kijken. Zei ze: 'Nee, ik heb het niet. Ik heb het morgen misschien. Of overmorgen.' Zeit ze: 'Okee, kom ik overmorgen of morgen terug.' Toen kwam ze morgen terug. Toen heeft ze de pik van haar man afgesneden."
T: "Jij bent Marokkaans hè?"
Jongen: "Ja."
Andere jongen: "Hij is vies, hij is viezerik."
T: "Toch?"
Andere jongen: "Ja. Ik ben ook Marokkaan."
T: "Ja. Dat maakt niet uit, maar ik heb 'm tot nu toe alleen maar door Turken horen vertellen. Maar nou vertellen jullie 'm ook."
Jongen: "Wat?"
T: "Over die frikandel en die pik afsnijden. Die heb ik tot nu toe alleen maar van Turken gehoord. En nou hoor ik hem van Marokkanen. En wat is er zo leuk aan een frikandel trouwens? Die eten jullie toch nooit?"
Jongen: "Wij wel, ikke wel."
T: "Maar die is toch niet 'helal' of hoe heet dat?"
Jongen: "Helal. Wij halen het bij Marokkaanse slagerij."
T: "Ja, maar dan heb je dus geen Nederlandse frikandel. Want daar zit varkensvlees in."
Jongen: "Ja, die eten wij niet."
T: "En die is niet islamitisch geslacht."
Ali: "Ik wel."
Jongen: "Eet u varkensvlees?"
T: "Ja, ik wel."
Ali: "Ik ook."
Jongen: "Jaja."
Ali: "Ham."
T: "Ja?"
Ali: "En biefstuk."
T: "Ja? Biefstuk is koe."
Jongen: "Gaat hem niks aan."
Jongetje: "Ik eet olifant op."
Kinderen: "Hahaha."
T: "Wat eet jij nou weer voor vlees?"
Jongen: "Niks."
Kind: "Strontvlees. Hahaha."
Jongetje: "Ja, kutvlees."
T: "Ja."
Jongen: "Waar heb je geleerd? Van je vrienden?"
(Verteld op het Bankaplein op 8 september 1999)
Andere jongen neemt over: "... Toen gingt'ie naar z'n [???]. Daar stond een vrouw. Toen gingt'ie haar twee keer dood doen..."
Jongen: "Nee, toen ging ze kijken. Zei ze: 'Nee, ik heb het niet. Ik heb het morgen misschien. Of overmorgen.' Zeit ze: 'Okee, kom ik overmorgen of morgen terug.' Toen kwam ze morgen terug. Toen heeft ze de pik van haar man afgesneden."
T: "Jij bent Marokkaans hè?"
Jongen: "Ja."
Andere jongen: "Hij is vies, hij is viezerik."
T: "Toch?"
Andere jongen: "Ja. Ik ben ook Marokkaan."
T: "Ja. Dat maakt niet uit, maar ik heb 'm tot nu toe alleen maar door Turken horen vertellen. Maar nou vertellen jullie 'm ook."
Jongen: "Wat?"
T: "Over die frikandel en die pik afsnijden. Die heb ik tot nu toe alleen maar van Turken gehoord. En nou hoor ik hem van Marokkanen. En wat is er zo leuk aan een frikandel trouwens? Die eten jullie toch nooit?"
Jongen: "Wij wel, ikke wel."
T: "Maar die is toch niet 'helal' of hoe heet dat?"
Jongen: "Helal. Wij halen het bij Marokkaanse slagerij."
T: "Ja, maar dan heb je dus geen Nederlandse frikandel. Want daar zit varkensvlees in."
Jongen: "Ja, die eten wij niet."
T: "En die is niet islamitisch geslacht."
Ali: "Ik wel."
Jongen: "Eet u varkensvlees?"
T: "Ja, ik wel."
Ali: "Ik ook."
Jongen: "Jaja."
Ali: "Ham."
T: "Ja?"
Ali: "En biefstuk."
T: "Ja? Biefstuk is koe."
Jongen: "Gaat hem niks aan."
Jongetje: "Ik eet olifant op."
Kinderen: "Hahaha."
T: "Wat eet jij nou weer voor vlees?"
Jongen: "Niks."
Kind: "Strontvlees. Hahaha."
Jongetje: "Ja, kutvlees."
T: "Ja."
Jongen: "Waar heb je geleerd? Van je vrienden?"
(Verteld op het Bankaplein op 8 september 1999)
Beschrijving
Een kind moet een frikandel halen. De vrouw in de winkel heeft geen frikandellen, maar zij snijdt later het geslachtsdeel van haar man af.
Bron
bandopname 8-9-1999 op Bankaplein (archief MI)
Commentaar
8 september 1999
Naam Overig in Tekst
Marokkaan   
Turk   
Nederlands   
Jantje   
Pietje   
Naam Locatie in Tekst
Islam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
