Hoofdtekst
Op de boan van Gutshoven loep do dek ene wèèrwolf. Het was ne hond met een lang kettel. Hij loep op de boan en hèt soms veul kood gedoan. Hij goenk euveral de zoaken opèten. Mai de minsen doarden niks dun oan dei weerwolf want anders zou hij misschien nog meer kood dun.
Beschrijving
In Horpmaal liep een weerwolf met een lange ketting rond. Hoewel de weerwolf overal voedsel kwam stelen, waren de mensen te bang om het dier kwaad te doen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
491
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Horpmaal   
Plaats van Handelen
Horpmaal   
