Hoofdtekst
Ik zijn nog bereden geweest van de mare. Ik riepe naar Hectoor, maar ’t was geen waar, ik riepe niet. Mieltje Salembier had ook de mare. Den onderpaster ging en zei: "’t Is dromen dat je doet. Dat is stillestand van bloed”. Dat is juiste lijk entwat dat op je kruipt. Mara van hier nevers kwam ook ne keer en zei dat ze de mare gehoord had, dat Mieltje Salembier ze gezonden had.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die door de maar werd bereden, probeerde te roepen, maar er kwam geen geluid. De onderpastoor beweerde dat de maar een boze droom was, die het bloed deed stilstaan.
Sommige mensen geloofden dat iemand de maar naar je toe kon sturen.
Sommige mensen geloofden dat iemand de maar naar je toe kon sturen.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (houtland)
138
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
