Hoofdtekst
Saar, een Jiddische Kenau, heeft op alles wat haar man doet aanmerkingen en speciaal als ze 's nachts naar bed gaan, ligt Saar kritiek uit te oefenen op alles wat haar man doet of heeft gedaan.
'Je bent weer gezakt voor je rijvergunning, slemiel.'
'Ja.' zucht Moos.
'Bram heeft het de eerste keer gehaald, jij bent al vier keer gezakt.'
'Weet ik,' zucht Moos berustend, 'maar misschien gaat het de volgende keer beter.'
'Denk je,' zanikt Saar door, 'je bent een niks, alles wat je doet doe je verkeerd. Bram heeft gezegd: hij rookt niet meer en hij rookt niet meer, maar jij... je zou toch ook niet meer roken? Je rookt nog meer dan anders! Oooaaa, wat heb ik toch voor een man!'
Moos, wie het de keel uithangt om elke nacht weer hetzelfde te horen, springt kwaad uit z'n bed en zegt tegen Saar: 'Nou zal ik je laten zien dat ik een man ben, je hangt me de keel uit, in het vervolg mot je maar alleen slapen.'
Woest loopt ie de slaapkamer uit, gaat naar de logeerkamer, draait de deur op slot, gooit zich op het logeerbed en slaapt de hele nacht rustig door.
Na een week niet in het echtelijk bed te zijn verschenen, wordt er 's nachts op de logeerkamer geklopt en Moos roept kwaad: 'Wie is dat?'
Waarop Saar met een heel timide stemmetje zegt: 'Moos... heb je gehoord dat Bram weer rookt?'
(Via email vanuit Amsterdam verzonden op 8 september 1999)
'Je bent weer gezakt voor je rijvergunning, slemiel.'
'Ja.' zucht Moos.
'Bram heeft het de eerste keer gehaald, jij bent al vier keer gezakt.'
'Weet ik,' zucht Moos berustend, 'maar misschien gaat het de volgende keer beter.'
'Denk je,' zanikt Saar door, 'je bent een niks, alles wat je doet doe je verkeerd. Bram heeft gezegd: hij rookt niet meer en hij rookt niet meer, maar jij... je zou toch ook niet meer roken? Je rookt nog meer dan anders! Oooaaa, wat heb ik toch voor een man!'
Moos, wie het de keel uithangt om elke nacht weer hetzelfde te horen, springt kwaad uit z'n bed en zegt tegen Saar: 'Nou zal ik je laten zien dat ik een man ben, je hangt me de keel uit, in het vervolg mot je maar alleen slapen.'
Woest loopt ie de slaapkamer uit, gaat naar de logeerkamer, draait de deur op slot, gooit zich op het logeerbed en slaapt de hele nacht rustig door.
Na een week niet in het echtelijk bed te zijn verschenen, wordt er 's nachts op de logeerkamer geklopt en Moos roept kwaad: 'Wie is dat?'
Waarop Saar met een heel timide stemmetje zegt: 'Moos... heb je gehoord dat Bram weer rookt?'
(Via email vanuit Amsterdam verzonden op 8 september 1999)
Beschrijving
Moos krijgt steeds van Saar te horen dat hij nergens voor deugt: Bram is pas een echte vent, en die is gestopt met roken. Moos slaapt hierop boos een tijdlang op de logeerkamer, tot Saar timide komt melden dat Bram weer rookt.
Bron
email doorgestuurd op 8-9-1999
Commentaar
8 september 1999
Naam Overig in Tekst
Saar   
Jiddisch   
Kenau   
Moos   
Bram [Joods]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
