Hoofdtekst
26 Een derde verhaal. De jaren van de regering van Maria Theresia, vanaf 1740 tot ’48 waren ongeluksjaren voor Kanne. In 1740 was een verschrikkelijke winter. Wolven kwamen uit de Caestertbossen om schaapskooien open te breken en de schapen te doden. Toen de dochter van een leengoed, één uit Op-Kanne, trouwde, heerste een algemene armoede. De bruid liet nochtans de weg naar het kasteeltje, van het kasteeltje naar de kerk bestrooien met tarwe ter ere van het bruidspaar. Gods straf bleef niet uit. De familie werd straatarm. Het kasteeltje (= Kasteel van Caestert) werd vernield, behalve een daktoren. Die is blijven staan tot na de oorlog, na deze oorlog (WO II).
Beschrijving
Tijdens de regering van Maria Theresia tussen 1740 en 1748 hadden de inwoners van Kanne veel ongeluk. Tijdens de winter van 1740 kwamen de wolven uit de Caestertbossen om de schaapskooien open te breken en de dieren te doden. Toen de dochter van een heer uit Op-Kanne trouwde, heerste er grote armoede onder het volk. De bruid liet nochtans de weg van het kasteeltje naar de kerk bestrooien met tarwe. Gods straf bleef niet uit: het gezin werd straatarm. Het kasteel van Caestert werd vernield. Enkel een daktoren is blijven staan tot na de tweede wereldoorlog.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
5. Sagen - Legenden
limburgs (groot-riemst)
26C 398
1740-1748
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Maria Theresia   
Caestertbossen   
kasteel van Caestert   
Caestert (kasteel van)   
Naam Locatie in Tekst
Kanne   
Plaats van Handelen
Kanne   
Op-Kanne   
