Hoofdtekst
'D'aa Fien' kon niemee gaan, ze had al e jaar op 't bed gelegen en ze kon nie gaan of niks. Ze hebben ze noa dinge gevaren - de buregemeester had zo'n hoog koets - met twee man moesten ze ze uitdragen en de koets indragen, hein! en ze zijn afgevaren noa Vlijtingen. En terwijl as ze nog ene man indragen, hein! kwam Fien alleen uit. Hij gaat aan 't rad en hij zei iet en ze was genezen! Allez! wa was dat?!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Omdat de oude Fien al een jaar verlamd was, bracht men haar in een koets naar een tovenaar in Vlijtingen. Na enkele ogenblikken bij de man te zijn geweest, wandelde Fien kerngezond naar buiten. De tovenaar had slechts even bij de koets gestaan en enkele woorden tot de vrouw gesproken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
903
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Fien   
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Vlijtingen   
