Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een handelaar ging op een avond binnen in een herberg langs de weg van Tongeren naar Maastricht. De man moest nog naar Maastricht en wilde langs de weg gaan. In de herberg zei iemand echter : “Ga toch langs het bos. Dat gaat veel sneller”. De man handelaar ging langs het bos, waar hij door de bokkenrijders werd aangevallen.
Een dochter van één van de rovers werkte op een boerderij als meid. Op een nacht had die meid de bokkenrijders binnengelaten. De koewachter was echter wakker geworden van het geluid van de poort. Hij ging kijken en stelde vast dat de rovers de boer, de boerin en de zoon en de dochter hadden vastgebonden. De koewachter verborg zich in de meelbak en hoorde de meid zeggen: “Nu moeten jullie mij ook nog vastbinden, want anders zullen ze denken dat ik het gedaan heb”. De bokkenrijders roofden het hele huis leeg en vertrokken. De volgende dag werd de knecht door de meid uitgescholden voor ‘domme ezel’ omdat hij even onoplettend was geweest. Daarop sprak de knecht: “Zwijg jij maar, of ik zal eens vertellen wat ik je vorige nacht heb horen zeggen!” De meid was geschokt en sloeg de knecht bijna dood. De knecht kon nog snel in een beek kruipen en vluchten. Toen de boer aan de meid vroeg waar de knecht was, antwoordde de meid: “Ik weet het niet. Hij is meegegaan tot aan de weide en daar is hij opeens weggelopen. Ik wed dat hij iets te maken heeft met de schelmerij van afgelopen nacht, want hhij had een geldbeurs in zijn handen”. De boer moest die dag samen met zijn zoon naar het gemeentehuis om een verklaring af te leggen over de inbraak. Onderweg hoorde het tweetal een geluid in de beek. Ze zagen de knecht daar zwaar gewond liggen. De jongen vertelde wat hem was overkomen en ging mee naar het gemeentehuis. De meid werd opgepakt, samen met vijf andere bokkenrijders.
Een dochter van één van de rovers werkte op een boerderij als meid. Op een nacht had die meid de bokkenrijders binnengelaten. De koewachter was echter wakker geworden van het geluid van de poort. Hij ging kijken en stelde vast dat de rovers de boer, de boerin en de zoon en de dochter hadden vastgebonden. De koewachter verborg zich in de meelbak en hoorde de meid zeggen: “Nu moeten jullie mij ook nog vastbinden, want anders zullen ze denken dat ik het gedaan heb”. De bokkenrijders roofden het hele huis leeg en vertrokken. De volgende dag werd de knecht door de meid uitgescholden voor ‘domme ezel’ omdat hij even onoplettend was geweest. Daarop sprak de knecht: “Zwijg jij maar, of ik zal eens vertellen wat ik je vorige nacht heb horen zeggen!” De meid was geschokt en sloeg de knecht bijna dood. De knecht kon nog snel in een beek kruipen en vluchten. Toen de boer aan de meid vroeg waar de knecht was, antwoordde de meid: “Ik weet het niet. Hij is meegegaan tot aan de weide en daar is hij opeens weggelopen. Ik wed dat hij iets te maken heeft met de schelmerij van afgelopen nacht, want hhij had een geldbeurs in zijn handen”. De boer moest die dag samen met zijn zoon naar het gemeentehuis om een verklaring af te leggen over de inbraak. Onderweg hoorde het tweetal een geluid in de beek. Ze zagen de knecht daar zwaar gewond liggen. De jongen vertelde wat hem was overkomen en ging mee naar het gemeentehuis. De meid werd opgepakt, samen met vijf andere bokkenrijders.
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
4. Historische sagen
brabants (oosten)
80C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Halle   
Plaats van Handelen
Maastricht   
Tongeren   
