Hoofdtekst
Hier ip ’t Zwijntje weunden d’r drie jonkheden en dedie zeien da ze de galgejongen hân en da zat in een dozeke en da moeste alle dagen n’een druppel van ulder bloed hèn. En da moet van familie ip familie overgezet zijn.
Beschrijving
In Schuiferskapelle woonden drie jongens die beweerden dat ze een galgenjong hadden. Dat jong zat in een doosje en moest iedere dag een druppel bloed krijgen. Zo'n galgenjong werd doorgegeven binnen de familie.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (o van houtland)
498
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schuiferskapelle   
Plaats van Handelen
Schuiferskapelle   
