Hoofdtekst
Nolke van Geleen die heeft 't leste in Bree gezeten, maar die kameraad hebben ze toch gekregen. In de Breeër bos hebben ze die zeleve opgehangen. Maar de zoon was nog veel lelijker als hét was. De gendarmen zaten achter hem en hij is door de pannen uitgevlucht en nog naar de kloten. Hier waar M. gebouwd heeft, daar heeft zeleve ook nog de galg gestangen, daar ligt nog een hoopke stenen. Die brachten ze op een ladder tot boven aan de galling. Toen ze Nolke vroegen of hij zich niet wou bekeren, toen zei hij: 'Pak te leier me weg, dan ben ich nog om twelf oore bie Lucifer oppe middig.'
Beschrijving
In het bos van Bree werd Nolleke van G. opgehangen. Toen Nolleke al aan de galg hing, vroeg men hem of hij zich niet wilde bekeren. Maar de man antwoordde: "Doe nu maar gauw die ladder weg, zodat ik tegen de middag nog bij Lucifer ben!"
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
Nolleke van Geleen en galgenhumor: variant (Gruitrode)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nolleke van G.   
Lucifer   
Naam Locatie in Tekst
Gruitrode   
Plaats van Handelen
Bree   
