Hoofdtekst
Toen ik klein was heeft een oude man me een schone historie verteld, die ik nooit meer vergeet. Zijn eigen overgrootvader had dat beleefd, dat was nog voor de Franse tijd. Die man was toen een jonge kerel en hij had ferm kermis gevierd en hij ging naar huis. Toen hij op de Berg kwam, hoorde hij daar zo een schoon muziek of het uit de hemel kwam. Hij ging nog wat rapper om te zien vanwaar dat toch kwam. Hij ging en moest aan Sint-Jobskapel doorkomen, daar bleef hij ineens staan. Daar waren ze volop aan 't dansen. En die dansten gelijk hij nog niet zien dansen had, die raakten bijkans geen grond. En daar in 't midden danste de Zwarte Heer, waar hij al veel over gehoord had. Op het einde van de dans kwamen daar twee lieve vrouwen op hem af, ze dansten terwijl ze gingen, maar hij kon niet verroeren van schrik. En ze namen hem elk met een hand: 'Ge moet geen schrik hebben, we komen u halen voor een dans' zeiden ze. Toen deed de Zwarte Heer teken en de koppels begonnen weer te dansen en de jongen danste met de allerschoonste. En daar was licht en muziek en ge wist niet vanwaar dat kwam. Ze dansten altijd maar rond de kapel en die jongen voelde 'hem' heel anders, hij was zo licht als een pluim. Dat was zeker gelijk ze in de grote stad dansten, dat was iets anders als die boerendansen. Hij wou wel dat daar geen einde aan kwam. Maar ze begonnen op te houden en de muziek ook. Toen kwam de vrouw van de Zwarte Heer naar voor, die was heel in 't wit gelijk een bruid en die zei: 'We zijn blij dat die jonge man bij ons gekomen is, we gaan nog eens drinken en geeft hem ook van onze beste wijn.'En toen kwamen daar al drie juffrouwen aan, een droeg de bekers, die waren van puur goud en ze gaf hem ook ene; een ander droeg een grote kruik en daarvan goot ze in de pot van de derde en die kwam rond om de bekers vol te schenken. En toen stak de Zwarte Heer zijn beker omhoog en hij riep: 'Op de gezondheid van de schone vrouwen!' en toen staken ze allemaal hun beker omhoog en ze riepen: 'Leve de Zwarte Heer!'. Toen was daar een schrikkelijke slag, 't licht was uit en alles was weg, de jongen had geroepen: 'Op Gods genade' en toen stond hij daar alleen vóór Sint-Jobskapel met de beker nog omhoog in zijn hand. 't Koud zweet liep over zijn gezicht en toen hij daar een tijdje gestaan had, sukkelde hij toch naar huis. 't Was bijkans morgen toen hij in zijn bed lag, maar hij kon nog niet slapen, en hij werd ziek en hij deed niets als prakkezeren en hij verviel met de dag. Maar toen op een schone morgen kwam daar een vrouw rond aan de deur en die vroeg of ze geen ringen of iets anders van goud te verkopen had. 'Dat hebben wij hier niet in huis' zei de moeder. Toen werd dat wijf kwaad en ze zei: 'Roep dan uw oudste zoon eens'. Toen die daar kwam begon hij te beven, want hij herkende direct de vrouw die die nacht de bekers uitgedeeld had, en ze zei: 'Mijnheer, ik kom de beker terughalen die gij meegenomen hebt.' En hij was stillekens blij dat hij hem kon kwijt geraken, want hij had geen rust gekend van toen die beker in huis was . 'Ge moogt van geluk spreken dat ge er zo goedkoop vanaf geraakt zijt, zei ze en toen ging ze door. Dat was de overgrootvader van de man die het mij verteld heeft.
Onderwerp
SINSAG 0502 - Der goldene (silberne) Becher.   
SINSAG 0503 - Die gestörte Hexenversammlung (Tanz, Mahlzeit).
  
Beschrijving
Een jongeman kwam te voet terug van de kermis. Toen hij op de Berg kwam, hoorde de jongen plots wondermooie muziek. Toen hij voorbij de Sint-Jobskapel kwam, zag hij dat er heksen aan het dansen waren. Het leek wel alsof ze dansten zonder zonder met hun voeten de grond te raken. In het midden van de heksenkring danste de Zwarte Heer, over wie de jongen al veel had horen vertellen. Toen de dans bijna ten einde was, kwamen er twee lieve vrouwen naar de bange jongen: "Je moet niet bang zijn; we komen je halen voor een dans." Op het signaal van de Zwarte Heer begonnen de heksen weer te dansen, en de jongen danste met de allermooiste vrouw. De jongen voelde zich zo licht als een veertje, en hij wou dat er geen einde aan de dans zou komen. Toen de muziek ophield en de dans stopte, sprak de vrouw van de Zwarte Heer: "We zijn blij dat die jongeman bij ons gekomen is. Geef hem wat van onze beste wijn." Ogenblikkelijk kwamen er drie juffrouwen aangelopen, met gouden bekers en een grote wijnkruik in hun handen. De Zwarte Heer hield zijn beker in de lucht en zei: "Op de gezondheid van de mooie vrouwen!". Daarop hielden de anderen hun beker ook in de lucht met de woorden: "Leve de Zwarte Heer!" Op dat moment weerklonk er een verschrikkelijke slag. Het was donker en iedereen was verdwenen. De jongen had achteloos geroepen: "Op Gods genade!", waardoor hij nu met zijn beker alleen voor de Sint-Jobskapel stond. Toen de jongen een beetje was bekomen van de angst, sukkelde hij naar huis. Hoewel het al bijna ochtend was toen de jongen in zijn bed kroop, kon hij toch de slaap niet vatten. De jongen zat de hele tijd te piekeren en werd ziek. Enkele dagen later kwam er een vrouw langs, die vroeg of ze geen gouden voorwerpen kon kopen. De moeder van de jongen antwoordde: "Dat hebben wij hier niet in huis." Daarop werd de vrouw erg boos en riep: "Roep dan je oudste zoon eens!" Toen de zoon bij de voordeur kwam, begon hij te beven, want hij herkende de vrouw onmiddellijk: het was de juffrouw die tijdens die bewuste nacht de gouden bekers had uitgedeeld. De vrouw sprak: "Meneer, ik kom de beker die je meegenomen hebt, terughalen." De jongen was opgelucht dat hij de beker kon teuggeven, want hij had geen rust meer gekend sinds hij de beker in zijn bezit had. "Je mag van geluk spreken dat je er zo makkelijk van af gekomen bent", sprak de vrouw en ging dan weg.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
Tijdens de Franse overheersing
fabulaat
Berg is een wijk in Hoepertingen.
Naam Overig in Tekst
Zwarte heer   
God   
Sint-Jobskapel   
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
Plaats van Handelen
Hoepertingen   
Berg   
