Hoofdtekst
Ik weet dat die daar op het kasteel in Alken - hoe heet dat kasteel? - en daar was een manneke en dat was daar knecht en dat was dan alleen daar zo als die dinge weg waren. En toen had het zo een schone kiel en 's morgens was zijn kiel helegans kapot geknipt. 'Nondedjie, dat zijn de alvermannekens geweest', zei hij, 'die zijn hier geweest.'
Beschrijving
Een knecht die op het kasteel van Alken werkte, had een nieuwe mantel. Op een ochtend was de mantel echter helemaaal stukgeknipt. Daarop sprak de knecht: "Wel verdomme, dat zijn de alvermannetjes geweest!"
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.2 Aardgeesten
midden-limburgs
m
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
