Hoofdtekst
18G Dat was ene van het dorp en die ging ’s nachts naar huis. En die ging zo door de weiden naar huis. En die was aan een gracht en die wilde daar over springen. En die kon daar langs geen kanten over, en die maakte een kruisje en hij kon er vanzelf over. Daar zat ook iets. Dat zat daar in de weg. y1 Dat zal wel. 18G En toen is die mager geworden. Die was zo graatmager en als die stierf was die nog hetzelfde. Dat was zo een kloeke mens daarvoor, ja.y1 (?)
Beschrijving
Een man die 's nachts door de weiden naar huis ging, kwam bij een gracht. De man wilde over de gracht springen, maar dat lukte niet. Toen de man een kruisteken maakte, lukte het wel.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
vlaams-brabants (groot-aarschot)
18G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
