Hoofdtekst
Een Nederlander, een Belg en een Duitser gaan op vakantie. Ze willen logeren in een herberg. In de herberg zijn nog maar twee kamers vrij, een 2-persoons en de zolder.
Zegt de Belg: "Dan ga ik wel op de zolder."
Dus die Belg naar de zolder en in de nacht wordt hij wakker en hoort: "Ik ben het spook met het rooie oog."
De Belg rent naar beneden en vertelt het verhaal aan de anderen.
"Nou," zegt de Duitser, "dan ga ik nu wel."
Die Duitser hoort precies hetzelfde en rent ook naar beneden.
Dan zegt de Nederlander: "Dan ga ik nu wel."
Dus de Nederlander naar de zolder.
Die hoort ook: "Ik ben het spook met het rooie oog."
Zegt de Nederlander: "Pas maar op, straks ben je het spook met het blauwe oog."
(Via email vanuit Amsterdam verzonden op 8 september 1999)
Zegt de Belg: "Dan ga ik wel op de zolder."
Dus die Belg naar de zolder en in de nacht wordt hij wakker en hoort: "Ik ben het spook met het rooie oog."
De Belg rent naar beneden en vertelt het verhaal aan de anderen.
"Nou," zegt de Duitser, "dan ga ik nu wel."
Die Duitser hoort precies hetzelfde en rent ook naar beneden.
Dan zegt de Nederlander: "Dan ga ik nu wel."
Dus de Nederlander naar de zolder.
Die hoort ook: "Ik ben het spook met het rooie oog."
Zegt de Nederlander: "Pas maar op, straks ben je het spook met het blauwe oog."
(Via email vanuit Amsterdam verzonden op 8 september 1999)
Beschrijving
Een Belg en een Duitser zijn in een hotel bang voor een spook met een rood oog. De Nederlander dreigt het spook een blauw oog te geven.
Bron
email doorgestuurd op 8-9-1999
Commentaar
8 september 1999
Naam Overig in Tekst
Nederlander   
Bleg   
Duitser   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
