Hoofdtekst
Daar was hier ’n maarte bij ‘ne boer, en dat meiske moeste mare zijn, want ze was den derden bastaard, en die moeten mare zijn, ’t is niet aan te doen. Verstaat ge? Ewel, ’n meiske die in positie is, die niet getrouwd is, ewel, dat kind dervan, ook ’n meiske, ook in positie en niet getrouwd, ewel, dat meiske der kind, als ze niet getrouwd is, ewel, dat derde meiske, den derden bastaard, is mare.En op ‘ne keer, dat meiske moeste bakken bij den boer. Ze stond daar stokstille en den trog en al, ’t lag al stille. En den boer trok naar den deken van Avelgem. "Menere", zegt ie, "wat zou dat zijn? Dat meiske staat daar aan den trog, en ’t doet niets meer". - "Wat ’n meiske is dat"? - "Ewel, dat is zuk ’n meiske", zegt den boer. "Ge moet dat meiske gerust laten", zegt den deken, "dat meiske is mare, en ze is heuren toer gaan doen, en ze gaat were keren en were voortwerken".Een einde daarachter waren al de beesten in den stal ontbonden ’s nuchtends, en ’t was altijd iets op ’t hof. En ze gingen were naar den deken en hij zei: "Ge moet toch dat meiske doen verhuizen; dat meiske is met ’t kwaad bezeten". - "Maar ’t is zuk ’n goed meiske om te werken"! - "’t Is gelijk, ’t is daarom dat al de beesten ontbonden zijn"!En den deken kwam om dat meiske te belezen. Maar hij had énen boek vergeten. En hij zweette dat het van hem leekte. En hij keerde naar huis achter den boek, maar hij viel dood!!Ja, dat meiske was mare. Ze was daar al lange bij den boer, maar den dien had dat nog niet gezien, omdat ze altijd ’s nachts mare moeste zijn. Maar diene keer moest ze binst den dag mare zijn.En zo is den boer er op gekomen.
Onderwerp
SINSAG 0791 - Begegnung mit Mahr.   
Beschrijving
Op een boerderij werkte een meid die 'maar' moest zijn, omdat ze de derde bastaard was. De meid was namelijk de dochter van een ongehuwde vrouw die op haar beurt ook een dochter van een ongehuwde vrouw was.
Toen de meid brood aan het bakken was, bleef ze plots stokstijf staan. De boer ging te rade bij de deken van Avelgem, die zei: "Je moet dat meisje met rust laten. Dat meisje is een maar, die haar ronde moet doen. Wanneer ze dat doet, blijft ze stokstijf staan. Wanneer de maar terugkomt, zal ze weer voortwerken".
Een tijdje later stelde de boer vast dat zijn dieren 's ochtends altijd waren losgemaakt. De boer ging opnieuw naar de deken, die hem de raad gaf het meisje te laten verhuizen. Toen de deken het meisje kwam overlezen, zweette hij heel erg, omdat hij één van zijn boeken was vergeten. De geestelijke ging naar huis om het vergeten boek te halen, maar onderweg viel hij dood.
Voordien was dat meisje altijd 's nachts maar geweest. Pas toen ze een keer overdag als maar weg was, merkte de boer dat er iets vreemds aan de hand was.
Toen de meid brood aan het bakken was, bleef ze plots stokstijf staan. De boer ging te rade bij de deken van Avelgem, die zei: "Je moet dat meisje met rust laten. Dat meisje is een maar, die haar ronde moet doen. Wanneer ze dat doet, blijft ze stokstijf staan. Wanneer de maar terugkomt, zal ze weer voortwerken".
Een tijdje later stelde de boer vast dat zijn dieren 's ochtends altijd waren losgemaakt. De boer ging opnieuw naar de deken, die hem de raad gaf het meisje te laten verhuizen. Toen de deken het meisje kwam overlezen, zweette hij heel erg, omdat hij één van zijn boeken was vergeten. De geestelijke ging naar huis om het vergeten boek te halen, maar onderweg viel hij dood.
Voordien was dat meisje altijd 's nachts maar geweest. Pas toen ze een keer overdag als maar weg was, merkte de boer dat er iets vreemds aan de hand was.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
108
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
