Hoofdtekst
De kwoan haand, da was ’n oed mens da roend liep. Ze gienk ton no de kiendjes. Ze schreemden ton en kwienden lik weg. Ze gieng(en) ton no de pasters voer of te lezen. Je moeste zoet ip de zulle (dorpel) leggen omdan ze nie aan binnengegrocht (geraakt).
Beschrijving
De kwade hand was een oude vrouw die de kinderen betoverde, waardoor ze begonnen te huilen en helemaal wegkwijnden. De pastoor kwam dergelijke kinderen overlezen en gaf de mensen de raad om zout op de dorpel te leggen opdat de vrouw niet meer zou kunnen binnenkomen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (nw van houtland)
33.2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
