Hoofdtekst
I Ja, het is eigenlijk van wat de mensen vroeger vertelden. Dus bij u in huis, wat u zich nog herinnert.35 Ik zal het proberen, ja.I Wanneer ik het aan de meeste mensen vraag, dan beginnen ze te vertellen, eigelijk: "Ja, ofwel waren het de gewone dagdagelijkse beslommeringen ofwel was het over bijgeloof, vormen van bijgeloof." De meeste mensen komen dan af met, ja, sterke verhalen over heksen en spoken en weerwolven en zo, hetgeen men tegen kinderen zei.35 Jaja, dat is zo. Dat is ook zo. Een van die dingen zoals we die nog gekend hebben vroeger, was van de Bokkerijders. Die hebben echt bestaan, die Bokkerijders. Die hadden dus … (= onverstaanbaar-C) en inbrekers voor de Franse Revolutie. Die zijn dan tijdens de Revolutie (= onverstaanbaar-C) In … (= onverstaanbaar) hadt ge ook zo’n bendes die ongeveer aan elkaar worden, of, laten we zeggen, parallellen in richting. Of wat ge kunt zeggen: groepen waren. Is dat wel iets geweest? Ik ken er maar één hier. Hier tegenover woonde, was ook een brouwerij en een boerderij. Hier woonden m’n ouders. Daar lag een grote … aardappelkelder en dat was - hoe moet ik dat zeggen? - een trechter, die door de grond voor de poort de aardappelen liet afvoeren, zodanig dat ze niet met de zak of wat ook naar beneden moesten. En die kelder was met zandsteen, dus met mergelblokken, helemaal gewelfd en dat gaf zo een rare indruk. Er was natuurlijk ook een trap. Om de kinderen angst aan te jagen sprak men dus - en dat is dan weer iets uit de Bokkerijders: "Pas op, kinderen, want daar zit de koperen geit." Dat was de koperen geit. En dat leeft nog een beetje, bij de kinderen dan. Ook als ze groot zijn. En aangezien dat in de buurt hier nogal een trefpunt was voor de kinderen, voor de jeugd, waar we gespeeld hebben… Als het dan avond werd, moesten we ons altijd schuwen voor de kelder. Dat was niet … voor die koperen geit natuurlijk, maar dat was omdat de kinderen zouden verongelukken of er niet meer uitkomen. Versta je? En zo is dat. En dan stelden ze zich die koperen geit altijd voor in een andere kleur dan het werkelijk was, want er was niks. Dat was dus ook een vorm van spook.
Beschrijving
In Vroenhoven woonde een boer die een grote aardappelkelder had. Boven die kelder was een soort trechter gemaakt, zodat de boer de aardappelen gemakkelijk in de kelder kon gooien en niet telkens de trap hoefde te nemen. Om te voorkomen dat de kinderen in die trechter zouden vallen, maakte men hen wijs dat in die kelder een koperen geit zat.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
35A 483
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vroenhoven   
Plaats van Handelen
Vroenhoven   
