Hoofdtekst
Ik verhuurde me vroeger bij een boer in Weert, bij K. De vader van deze boer had een kabouter gehuurd, maar dat wist ie natuurlijk niet. Met de kermis moest die kabouter mest gaan varen, maar ie had graag naar de kermis gegaan. En ie vroeg aan de boer: 'Als ik het mest gebroken heb, mag ik dan naar de kermis gaan?' De boer zei dat het onmogelijk was om gans het veld af te krijgen. 'Jawel', zei de kabouter, 'dat kan ik afkrijgen.' 'Dan mag je ook naar de kermis gaan' antwoordde de boer. De kabouter kwam op het veld en stak zijn mestriek in een mesthoop en zei: 'allemaal zo'. En er staken opeens wel dertig mestrieken in de verschillende hopen en al die mestrieken begonnen het mest te breken. En tegen de avond was gans het veld gedaan. Maar de kabouter is van de kermis niet meer teruggekomen.
Beschrijving
Een jongeman werkte als knecht bij boer Kessels in Weert. De vader van de boer had een kabouter in dienst genomen. Op zekere dag vroeg de kabouter aan de boer: "Als ik het veld bemest heb, mag ik dan naar de kermis gaan?" De boer ging akkoord, maar geloofde niet dat de kabouter het veld zo snel zou kunnen bemesten. Toen de kabouter op het veld kwam, stak hij zijn mestvork in een mesthoop en zei: "Allemaal zo!" Ogenblikkelijk staken er wel dertig mestvorken in de mesthoopjes op het veld. In een mum van tijd was het veld bemest en kon de kabouter naar de kermis vertrekken. Maar de kabouter is nooit meer teruggekomen van de kermis.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (weert en omstreken)
memoraat
Naam Overig in Tekst
Kessels   
Naam Locatie in Tekst
Weert   
Plaats van Handelen
Weert   
