Hoofdtekst
Bij de boeren in den ouden tijd was d’r schaarsheid van geld en dat was de kwaân hand en d’r was daar niks anders. Z’hadden geen eten voor ulder beesten en alzo gebeurden d’r veel ongelukken. Ze staken dat ip de toverij. Daarom plantten ze een houten stake aan de bomen met een kapelletje d’ran, voor de tovenaars te weren.
Beschrijving
Vroeger was er veel armoede, waardoor de boeren vaak niet genoeg geld hadden om hun dieren eten te geven. Wanneer ze dan ongeluk hadden, geloofden ze dat er toverij in het spel was en hingen ze een kapelletje aan een boom.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (houtland)
376
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bovekerke   
