Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0367_0369_21691

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Up e zekern zundag wos er in de gemeente Langemark e ringstekinge wortoe dat er twee boerezeuns van Zunnebeke wilden deelnemen. Te Langemark angekommen, makten ze kennisse met e vriendelilkken here die ook goeng deelnemen an de ringstekinge. Bakelandt versprak van een van die broers, den oedsten, te laten winnen. Na de ringstekinge, dat de boerezeuns gewonnen hadde, hield Bakelandt die twee boerezeuns bezig in d’herberge toetdat’t goed avond wos. Die joengsten droeng an voor nor huus te gone. Ze begaven ulder up weg en ze kommen in ’t bus en die peerden begunnen te steigern. Ze wilden niet meer verder. Opeens kwam de maan van bachten de wolken dat het e bitje klaar wos en dan zagen z’in de middel van de bosdreve èn hoop bladeren liggen. Die joengsten zei: "Houd mijn peerd vast, ik zal den hoop bladeren ol de kant smijten." Als hij bij dien hoop bladeren kwam, wilden die bladeren wegwerken enne riep: "Er ligt dor e vermoorde man oender." En van als hij dat woord "vermorde man" uutgesproken had, er ging e fijn geschufel op van weerszijden van het bos. Er sprongen van weerszijden vijf, zes bandieten up de strate en ze namen hem vast. Den andern broeder die dat zag, draaide ineens zijn peerd om en vluchtte were Langemark op. Bakelandts mannen namen deze mee dat zij gevangen hadden naar de spelonk en moesten weten waar dat hun oeders het geld verbergden. Hij zei: "Als je ’t wil hebben, laat me los, laat me vrij, ik haal het geld, zoveel als je wilt."Daarop antwoordde Bakelandt: "je oeders hebben vele geld? Je moet het niet halen. Indien wij terugkeren met het geld, laten wij u vrij. Zegt ons de juiste plaats en de waarheid wor dat ’t geld verborgen is." Den andern dag gingen er tien, twolf bendeleden nor die hofstede mor moesten onverrichter zake werekeren. De vader die hem dat zo aangetrokken had, wos zo ziek van dat zijn beide zoons niet thuus gekomen woren. Ze woren dor om hem te berechten. Bakelandt die razende wos, besloot den anderd dag te gon met dobbel zovele mannen. Mor een van Bakelandts mannen die nog een week hart hadde vermoedde dat, dat Bakelandt wilde èn aanvol doen up het hof. Mor die gebeurs en heel ’t omliggende hadden ulder beste hoenden up dat hofr, in alle stallen en in vele plaatsen gezet. Roend middernacht kwam Bakelandt toe met zijn mannen mor van als hij op de hofplaatse toekwam, woren de hoenden up de bendeleden losgelaten en woren ze beschoten. Vele bendeleden woren doodgeschoten mor de levende namen de lijken mee om de doodgeschoten niet te kennen. Ze woren nog zo slim. Den andern dag is die vader gestorven. Na de begravinge van de boer e Bakelandt opnieuw ten aanval gegon met ol zijn mannen en toch de slag thuushaald. En als hij terugkwam met de buut, wos er were grote feeste in de kroeg van Babbe Stute. Dan wos er gefeest en gedroenken. ’s Anderendaags heeft Bakelandt den zoon ook vermord in plats van hem vrij te laten. En die moeder en twee zusters èn toen zuk e benauwd gekregen dat ze d’hofsteê verlieten. Ze gingen gon weunen up de platse van Langemark.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Twee boerenzonen uit Zonnebeke namen deel aan de steekspelen in Langemark. Tijdens de spelen maakten de boerenzonen kennis met een vriendelijke heer. Ze wisten echter niet dat die heer de bendeleider Bakelandt was. Bakelandt had het zo geregeld dat de oudste van die twee boerenzonen de steekspelen zou winnen. Na afloop van de spelen hield Bakelandt de twee boeren aan de praat tot het avond was. Toen de boerenzonen uiteindelijk door het bos naar huis reden, begonnen hun paarden plots te steigeren. In de maneschijn zagen de boeren een hoop bladeren op de weg liggen. De jongste broer steeg af en stelde vast dat er een vermoorde man onder het gebladerte lag. De woorden van de boer waren nog niet koud of ver kwamen zes rovers tevoorschijn, die hem vastgrepen. De andere boer maakte rechtsomkeer met zijn paard en reed terug naar Langemark. De jongste broer werd meegevoerd door de rovers en gedwongen om te vertellen waar zijn ouders hun geld hadden verborgen. Daarop antwoordde de boer: "Als jullie mij vrijlaten, dan zal ik zoveel geld halen als jullie maar willen". Bakelandt zei: "Jullie hebben dus veel geld. Je zal worden vrijgelaten als wij met het geld terugkeren". De volgende dag trokken tien of twaalf rovers van de bende naar de boerderij waar de boerenzonen woonden. Precies op dat ogenblik kwam men de vader van de broers de Laatste Sacramenten toedienen; de man was ziek geworden van verdriet omdat zijn twee zonen niet naar huis waren teruggekeerd. De rovers zagen af van hun plan en keerden terug naar Bakelandt. De bendeleider was boos en besloot de volgende dag met dubbel zoveel rovers naar de boerderij terug te keren. Toen de bendeleden de volgende dag bij de boerderij kwamen, werden ze echter beschoten en aangevallen door honden. De rovers die de aanval overleefden, namen de lijken van de dode rovers mee om hun identiteit te beschermen. Na de begrafenis van de boer trok Bakelandt opnieuw met zijn kompanen naar de boerderij. Deze keer slaagde hij erin een flinke buit binnen te halen. Na de inbraak werd er feest gevierd in een herberg. De volgende dag heeft Bakelandt zijn gijzelaar vermoord. De moeder en de twee zussen van die boerenzoon waren zo bang geworden dat ze de boerderij verlieten en in Langemark gingen wonen.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
224B
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Babbe Stute
Bakelandt

Laatste Sacramenten    Laatste Sacramenten   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Bikschote    Bikschote   

Plaats van Handelen

Langemark    Langemark   

Zonnebeke    Zonnebeke