Hoofdtekst
In Gestel woonde mij grootmoeder van vaderlijke kant. Do was ne verkenskermis. Mij vader - da moet zoewe in ’62 geweest zijn - ging mee mij moeder no nonkel Jef veur de verkensslag. Toen oppe kermis hadde ze goe en wel gete en ze zegde "past ma op want Jan Sloef komt terug". Om 11 ure kwam dieje ’s avonds altij langs de vestgracht van de pastorij. As ze nie rap ware zoude ze dieje tegekome en ze ginge veurts, ma eerst moeste ze nog afscheid neme en zoewe en ze kwame Jan Sloef tege. Jan Sloef had grote hole aan en een wit hum (hemd) en hij sloeg zoewe altij mee zijn hole "sloef, sloef" en domee hiet dieje Jan Sloef. Mij grootvader zei tege Jan Sloef "goeienavond", ma hij antwoordde nie.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een man die samen met zijn vrouw omstreeks elf uur 's avonds terugkwam van de varkenskermis, kwam onderweg de geest van Jan Sloef tegen. Het spook droeg een wit hemd en slofte met zijn pantoffels. De man zei: "Goedenavond", maar het spook antwoordde niet.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
258
Omstreeks 1962
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Jan Sloef   
Naam Locatie in Tekst
Kwaadmechelen   
