Hoofdtekst
Dat wos ’t Esen van die paster Poorter. Die priester zei dat ’t ol bijgelove wos. En up èn uchtend wossen zijn kleers gepakt. Ze woren an mekors genaaid en z’hingen oender de dozing (onderste deel van dak). Ze zoen nu zeggen de koernisse (kroonlijst). Dat wos van Overschelde. Den deen koste vele wè!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
De pastoor van Esen had gezegd dat toverij allemaal bijgeloof was. Op een ochtend vond de geestelijke zijn kleren niet meer. Ze waren aan elkaar genaaid en hingen onder de kroonlijst van het dak.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
31H
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Overschelde
Poorter
Poorter
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
Plaats van Handelen
Esen   
