Hoofdtekst
Vader en Pier-Jentje hadden op 'ne keer katten achter zich. 'Ik schop ze', zei vader . 'Doe dat maar niet', zei Pier-Jentje, maar vader deed het toch en ze schreeuwden. Dat gebeurde dikwijls dat Pier-Jentje er naar stampte en dan had hij er d'rekt wel honderd om zich.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
SINSAG 0341 - Die vermehrten Hasen: wenn der Jäger (Wilderer) auf einen schiesst, zeigen sich viele.
  
Beschrijving
Op een dag werden Pier-Jentje en zijn vader geplaagd door enkele katten; Toen de vader naar de katten schopte, werden ze plots omringd door honderd katten.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (bree en omstreken)
Katten vallen mensen lastig: variant (Beek)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pier-Jentje   
Naam Locatie in Tekst
Beek   
