Hoofdtekst
Van de geete, dat heeft gebeurd in de jaren 10-12. Waar dat dat kasteel gestaan heeft, de koeien en wilden ’t gas niet eten. Dat was in ’t jaar 12 en nuze maarte, zij was van Beselare en op een avond zegt ze: “Waar gaan die menschen naartoe alle dagen”? ’t Was een helen troep van de plaatse die passeerde en ze zeggen: “Gaan horten (luisteren) naar de gete, de gete passeert daar”. En ze ging mee, je stond hier, en je zag de menschen gunter (ginder) springen, en bachten nulder, z’hoorden de gete schreeuwen. De paters van Ieper hebben gekomen. En dat was een markies die daar verzonken heeft, met kasteel en al. Ze zaten daar binst den oorloge aan ’t toebak naaien en z’hoorden de kanons afgaan in Luik. ’t Moet algelijk zijn dat ’t holde (hol, leeg) was daaronder. ’t Was lijk al bijzeggers die daar groeiden, ’t was nieten die wel groeide.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
In Beselare zou ooit een kasteel met een markies zijn verzonken. In de buurt van die plaats groeiden de planten niet goed en wilden de koeien geen gras eten. Omstreeks 1912 kwamen de mensen van heinde en ver kijken naar die plaats, omdat daar een schreeuwende geit rondliep. Uiteindelijk heeft men de paters van Ieper laten komen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (franse grens)
568
1910-1912
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Watou   
Plaats van Handelen
Ieper   
Beselare   
