Hoofdtekst
In den ouden tijd kwamen de koeien dikwijls ziek door ’n kwade geest of door iets die dreigde op dat gebuurte. En ze gingen achter Bouckaert en ’t was gedaan.En ’t was hier alzo ’n boerderie: ze hadden vier koeien; ’n klein koeplekske, ‘en klein doeningske. En ze kernden, en dat ze al kernden dat ze wilden, ze kregen geen boter, de kern was vol schuim. En zilder achter Bouckaert. En Bouckaert kwam en hem de stal in.En wat dat ie daar gedaan heeft, ’t is nooit niemand die ’t kunnen zien heeft, want ’t mochte niemand binnen: hij moeste altijd allene zijn.En ’s anderdaags hadden ze were boter.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij waar men geen boter meer kon karnen, liet men een veearts komen, die kon toveren. Die veearts wilde altijd alleen zijn in de stal, zodat niemand kon zien wat hij daar uitvoerde. De volgende dag kon men op die boerderij weer boter karnen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
443
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingooigem   
