Hoofdtekst
’t Is nog maar ’n jaar of vijve-zesse geleden, in ’n klooster van de Minderbroeders. En der was daar ‘nen broeder-portier die dood was. En ge weet dat de broeders-portiers de messen ontvangen van de mensen en dadde moeten aantekenen en toen d’intenties moeten maken van de messen die de paters moeten doen. En als de paters weg zijn uit ulder klooster lezen ze messe voor intentie van den boek. En als ze were keren zeggen ze: "Broeder, we hebben zoveel messen gelezen voor den boek".Nu dien broeder was dood, en ’n paar dagen achter zijn begravinge was er ’s nachts zoveel geruchte dat niet allene éne pater, maar al de paters dat hoorden en niet kosten slapen. En achter ’n zekeren tijd dat was stille. Maar dat begoste ’s anderdaags were, zodanig dat de paters rond gingen om te kijken: zitten der daar geen katten of gelijk wadde. En dat hield absoluut niet op. Achter ‘nen tijd zei de gardiaan: "Paters, ge meugt geloven of niet geloven aan spoken, maar ‘k peinze ‘k ik dat dat broeder-portier is die komt spoken. En als hij komt spoken, ’t is teken dat er iets niet in orde is met zijn messen. En we gaan eenvoudig ’t volgende doen, we gaan ’n paar messen lezen voor den broeder: we verplichten ons van zoveel messen te lezen.En ’t kurieuze van d’affaire was, van ’s anderdaags ’s nachts was er niet ’t minste geruchte meer in ’t klooster.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
In een klooster van de Minderbroeders was de broeder-portier gestorven. De broeder-portiers moesten het geld van de mensen ontvangen en in een boek optekenen hoeveel missen er moesten worden gedaan. Enkele dagen na de begrafenis van de broeder hoorde men 's nachts zoveel lawaai dat geen enkele pater kon slapen. Omdat het geluid iedere nacht te horen was, sprak de overste van de broeders: "Paters, jullie mogen geloven in spoken of niet, maar ik denk dat dat broeder-portier is, die komt spoken. En als hij komt spoken, dan is dat een teken dat er iets niet in orde is met zijn missen. We zullen een paar missen doen voor onze broeder". Sindsdien heeft men 's nachts geen vreemde geluiden meer gehoord.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
236
Omstreeks 1961
fabulaat
Naam Overig in Tekst
minderbroeders   
Naam Locatie in Tekst
Otegem   
