Hoofdtekst
Oe’k te Verhelstens was voe moarte zat er ne keer in nen elzentroenk (elzenstruik) een doeodkeerse. ’t Was juste liek het herte van nen mens. Ze hèn loater dien troenk utgedoolven en ze hèn doa nen beuterpot met geld gevoenden, hoenderd frang. Dat geld hèn ze ton noa de paster van Ardooie gedregen.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Bij het huis van een man zat een doodkaars in een elzenstruik. Het leek wel het hart van een mens. Bij het uitgraven van de struik vond men een boterpot met honderd frank. Men heeft het geld aan de pastoor van Ardooie gegeven.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
24
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
Plaats van Handelen
Ardooie   
