Hoofdtekst
't Was oogs(t) en doa waareter (= waren er) twee aa (ouden) samen aan 't pikken; toen zei ene: 'Later kom ich nog terug kieke en oech (= U) goeien dag zeggen as ich dood ben.' Drie, vier jaar ternoa, was het weer eens oogs(t); doa was dien ene boer aan 't pikken en he had nog e hoeksken af te doen - nog nie voor e kettier (= kwartier) werek, kom! - en toen valt hem dat ineens in, wa die vroeger gezeid had en he ziet dat het graan hergaat, ene schimmer zo, wa het graan uiteen deed voor door te kunnen. 'Die is terug doa, weiter (zoals hij) gezeid he(ef)t' dacht er in zijn eigen en he ging lopen zo hel aster koos (= zo vlug als hij kon). Ja, he had dat stukske laten staan! Dat was op de grens van de Walen.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
Beschrijving
Twee boeren waren tijdens de oogst aan het werken op een veld dicht bij Wallonië. Eén van de boeren zei dat hij na zijn dood nog eens terug zou komen om zijn vriend goeiedag te zeggen. Enkele jaren nadat die boer was gestorven, was de andere boer op zijn veld aan het maaien. Opeens zag hij iets bewegen tussen het graan. Omdat de boer onmiddellijk dacht aan de belofte van zijn dode vriend, liep hij doodsbang weg.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
424
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Wallonië   
