Hoofdtekst
Er was daar een vrouwmens die langs de poverleute moest. Rond de beek aan de klokke zat daar een spook in ’t wit. Zekere dag, dat vrouwmens was benauwd en vroeg iemand mee. Ze gongen dus en… ’t zat daar weer een spook…en verder nog een. De vrouw zei: "Oh, ’t zit daar nu verder nog een." En ’t eerste spook vluchtte weg. Die vrouwe kende geen gezonde uur meer.
Beschrijving
Een vrouw had bij een klok in de buurt van een beek een wit spook zien zitten. De volgende keer liet de bange vrouw zich door iemand begeleiden. Toen het tweetal op dezelfde plaats kwam, riep de vrouw: "Och, wat verderop zit er nu nog een!" Daarop vluchtte het eerste spook weg. Sindsdien is de vrouw nooit meer gezond geweest.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (zuiden)
37
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Marke   
