Hoofdtekst
De woaterduvel, dat zat azo achter de beken of de grachten. En da miek joen benouwd. En de mensen zeien datten joen (dat hij u) in ’t woater trok en datten me ketens rammelde.
Beschrijving
Waterduivels zaten achter beken en grachten. Ze rammelden met kettingen en maakten de mensen bang. Soms werden voorbijgangers door een waterduivel in het water getrokken.
Bron
L. Cumps, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (z van brugge)
87
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostkamp   
