Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0042_0042_450 - Auwelkes voederen de paarden

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

De auwelkes hebben hier gezeten aan de Wietering, in het gebergt. Die zaten in de grond. Dat waren allemaal klein mennekes. Overdag zaagt ge ze nooit. Maar die deden niemand kwaad: ze deden de mensen eerder goed as kwaad. Die kwamen daar in Stamproy op een plaats 's nachts de paarden voeren, en die paarden waren altijd zo vet... veel te vet. Op 'ne keer... de zoon Marten, die trappeerde ze. Dat hoefden ze niet te doen,zei hij, zij voerden de paarden zélf. 'Jamaar, jamaar', zegden de auwelkes, 'een aarke van ons in veel krachtiger dan uw aalijke voor.'Maar van toen af gong het paard wel achteruit.

Onderwerp

SINSAG 0052 - Zwerge graben eine unterirdische Verbindung (Graben)    SINSAG 0052 - Zwerge graben eine unterirdische Verbindung (Graben)   

SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)    SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   

Beschrijving

Bij de Wietering hadden de alvermannetjes onderaardse gangen gegraven. In Stamproy kwamen de dwergjes 's nachts de paarden voederen. Omdat de paarden daardoor erg vet werden, sprak Marten, de zoon van de boer, op een dag tot de alvermannetjes: "Jullie hoeven de paarden geen eten te geven, want wij voederen ze zelf." Eén van de dwergjes antwoordde: "Ja, maar het eten dat wij de dieren geven, is veel krachtiger dan dat van jullie!" Sindsdien verslechterde de conditie van het paard wel aanzienlijk.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Wietering (Loozen-Bocholt)    Wietering (Loozen-Bocholt)   

Naam Locatie in Tekst

Beek    Beek   

Plaats van Handelen

Stamproy    Stamproy   

Wietering (Loozen-Bocholt)    Wietering (Loozen-Bocholt)