Hoofdtekst
Den ouwe pastoor van Houthalen, die heeft de bokkerijers uitgeroeid. Die was met 'ne bokkerijer bezig geweest die wou zich bekeren. Maar toen was hij nog altijd bij de bende. 'Kunt ge mij de lijst niet bezorgen van wie daar bij is? ' had de pastoor hem gevraagd. 'Ik zal proberen', had die gezegd. En hij had de lijst zien te pakken en ze aan de pastoor gegeven. Toen schreef de pastoor naar de kap'tein van de bokkerijers. Als ze niet ophielden met stelen en branden, dan bracht hij hun allemaal aan de galg, tot éne toe, en ze moesten niet proberen wat tegen hem te gaan beginnen, want hij had de lijst goed weggeduwd, de papieren waren bezegeld. En toen zijn ze er stillekens mee opgehouwen in die streek.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De oude pastoor van Houthalen heeft zijn streek gered van de bokkenrijders. De pastoor had getracht om één van de bokkenrijders te bekeren, maar de man kon de roversbende niet in de steek laten. Op een dag had de pastoor aan de man gevraagd of hij geen lijst kon meebrengen van alle leden van de bokkenrijders. De man had de lijst te pakken gekregen en aan de pastoor gegeven. Daarop schreef de pastoor een brief naar de kapitein van de bokkenrijders . De pastoor vroeg hem met aandrang om op te houden met het stelen en brand stichten; zoniet zouden alle bokkenrijders naar de galg worden gebracht. Sindsdien hebben de bokkenrijders de mensen uit de streek met rust gelaten.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gerdingen   
Plaats van Handelen
Houthalen   
