Hoofdtekst
Naes Roye, mijn broere, je was hij ingetrouwd (inwonen bij schoonouders). En z’n schoonmoeder zeid altijd dat ze ging werekeren as ze (als zij) dood was. En as zij dood was, z’hoorden zieder (zij) iederen avond zulke geruchte op de zolder, alle nachten. En dat was zij die daar were was en ze miek zij toch zukke geruchte. Z’hebben ook naar de paster moeten gaan en z’hebben ton (dan) vele moeten lezen (bidden) en dat heeft ton op een einde gestopt.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
De schoonmoeder van een man had altijd gezegd dat ze na haar dood zou terugkomen. Toen de vrouw dood was, hoorde de man en zijn gezin iedere avond een geluid op de zolder. Omdat het gespook niet ophield, zijn de mensen naar de pastoor geweest. Nadat ze veel voor de dode vrouw hadden gebeden, hoorde men niets meer op de zolder.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
114
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
