Hoofdtekst
Me weunden wieder vroeger langs de kolsie van Roeselare no Moorslede, een bitje innewoarts. Moeder zei dikkers dat er ip ne kopwulge doa dichte een doodkeerse zat. En ge meugt doa die noa wijzen of dat doet entwodde en dat tjoolt (rondzwerven) roend.
Beschrijving
Op een knotwilg langs de weg tussen Roeselare en Moorslede, zag vaak een doodkeers. Men mocht niet naar die keers wijzen, want anders zou het lichtje vliegen rond de persoon die het had uitgedaagd.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (groot-roeselare)
13
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Moorslede   
Plaats van Handelen
Moorslede   
Roeselare   
