Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MHERM0210_0210_4798 - Weerwolf 2. Verschijningsvormen

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Ne joeng dê verkierde kâm langs e vutbôntje thuis. Op de brug zietter de weerwolf en goenk trug, mor zen neef, dê bê hem wor, goenk ni trug. De weerwolf stond er nog bê gloeiende oege. He goenk langs hem deur en hê dee niks. Nen andere mins kâm de weerwolf ooch tege en de weerwolf trok zennen tessendoek uit zenne zak en goenk loepe.

Beschrijving

Een jongen die samen met zijn neef terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, zag onderweg een weerwolf op een brug zitten. De jongen keerde terug, maar zijn neef ging verder. Toen die voorbij de weerwolf kwam, bleef het beest rustig zitten. Toen iemand anders diezelfde weerwolf was tegengekomen, was het beest weggelopen.

Bron

M. Hermans, Leuven, 1966

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (herk-de-stad)
878
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Herk-de-Stad    Herk-de-Stad