Hoofdtekst
Bij de grootvader van Fred hadden ze een koppel paarden. ’t Was daar een “mieschage” (mislukte oogst). Alle morgens als ze naar de meers gingen, stonden die paarden mesnat. Ze werden zo mager als nen erpel. Ze wilden ne keer zien van waar dat dat kwam, en ze deden er de wacht bij. Ten twaalven van de nacht hoorden ze een gedruis in de lucht. ’t Werd van langs om harder. ’t Kwam daar opeens een iefrouwe door de lucht gevlogen. De paarden begonnen te roepen en te springen. Ze deed haar kleren af en trok een rijkostuum aan. En hegt gij niet zo’n hebt gij niet, lopen en stampen deden die paarden. De die die de wacht deden gingen haar kleren pakken. Al mee ne keer bleven die paarden staan, en ze kwam schone spreken om haar kleren weer te hebben dat ze nooit meer zou weerkomen. Dat is gebeurd daar boven op den Hoogbos, te Kopen Van As.
Onderwerp
SINSAG 0781 - Mahr im Stall ertappt. Gelübde nicht wieder zu kommen. (Erlösung).   
Beschrijving
Op een boerderij bij het Hoogbos had men veel ongeluk. De oogst mislukte er. De paarden stonden iedere ochtend bezweet in de weide en vermagerden sterk. Toen men op een nacht de wacht hield, hoorde men om middernacht een gedruis in de lucht. Er kwam een juffrouw aangevlogen, die zich uitkleedde en een ruiterspak aantrok. Vervolgens begon ze de paarden te berijden. De boeren die de wacht hielden, namen de kleren van de juffrouw weg. Toen de paarden bleven stilstaan, kwam de juffrouw smeken om haar kleren terug te krijgen. Ze beloofde nooit meer te zullen weerkeren. Men heeft de juffrouw haar kleren teruggegeven en ze is nooit meer verschenen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
220
Grootvader van een vriend van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
Plaats van Handelen
Hoogbos (Overpelt)   
