Hoofdtekst
Jef Stoffel vertelde dat en dat moet in Beerse gebeurd zijn, 't schijnt. Dien brandenden scheper kwam veul aan de Halebeek en dan kwam ie onder de zadel van 't peerd zitten en dan zwetten de peerden.Dien brandende scheper moet ne scheper geweest zijn die gelogen had. Die had van nen heer een beurs gevonden en die achtergehouden. Toen zei ie: "Als ik die heb, wil ik eeuwig branden" en ie vloog in brand. En dat was ne schaapherder en die zien ze nouw nog in Halebeek aan de brug, niet aan 't bruggeske op de grote baan maar aan de klein brug in de bossen.
Beschrijving
Jef S. beweerde dat de brandende scheper vaak in de buurt van het bruggetje bij de Halebeek verscheen. Het spook kwam dan onder het zadel van de paarden zitten, waardoor de dieren hevig begonnen te zweten. De brandende scheper was een schaapherder die had verzwegen dat hij een beurs van een heer had gevonden. De herder had gezegd: "Als ik die beurs heb, dan wil ik eeuwig branden". Daarop vloog de schaapherder in brand.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps ('land van turnhout')
15
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vosselaar   
Plaats van Handelen
Halebeek   
