Hoofdtekst
Ne man zee datter hê nen hond kos dun bennekome op voorwaarde dasse hem ni ônrôke. Ne zwatte hond kâm benne en legde zich dôl. Do zat e metske bê en dê kreeg schrik. 'Allee, joeng, zee de man, stot mô op, ze willen oech hê ni.' Den hond stond op en de deur goenk van zelf open en toe. Da wor den duvel geweest.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
Beschrijving
Een man vertelde aan zijn vrienden dat hij een hond kon doen binnenkomen. Even later kwam er inderdaad een zwarte hond binnen, die op de grond ging liggen. Een meisje dat toekeek, was erg bang voor de hond. Daarop sprak de man tot het dier: "Vooruit, sta maar weer op, want de mensen willen je hier niet". Toen de hond naar buiten liep, ging de deur vanzelf open en dicht. Het was de duivel.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (herk-de-stad)
928
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schallebroek   
