Hoofdtekst
9A’ Dat weet je goed genoeg, dat dat niet kan zijn, heksen.z2 Nee, maar dat is altijd plezant om over te horen vertellen. x Ik zoek ook waarom de mensen die heks noemden, die moet niet echt iets kwaad gedaan hebben.9A’ Dat weet ik niet.z2 Dat was echt zoiets waar niet over verteld mocht worden, precies.9A’ Als je de naam had van heks was dat al erg genoeg, geloof ik. Als ze je aanzagen als heks. En dat geraak je niet kwijt. En wat kan dat mens nu, wat voor macht heeft die nu om iets ziek te maken.z2 Vroeger was dat altijd negatief, nu is een heks meer positief. 9A’ Ja, want dat zei ik tegen Fien, waarom dat nu zo niet meer is. Ja maar, nu passen de pastoors beter op het doopsel. "Dat was vroeger die niet goed gedoopt waren," zei Fien, "en die zo een boek kochten, die konden dat."
Beschrijving
Vrouwen die niet goed gedoopt waren en die een boek kochten, konden mensen beheksen.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
9A'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aarschot   

