Hoofdtekst
Ja, mijn vader heeft dat dikwijls verteld van in den tijd dat hij met d’hand ging gaan draaien in Stacegem. Ze weefden vroeger met d’hand hé en mijn vader ging hand gaan draaien, als hij ’n jaar of zestiene-zeventiene was, achter zijn werk, ’s navonds voor zijn drinkgeld.En op ‘ne keer, ’t was twaalve van den nacht als hij gedaan had. En hij had ’n hondje bij hem. En ’t was daar ‘nen boer dood, en hij heette Pierie Lavens. En ze zeien altijd dat hij werekeerde. En mijn vader had gedaan met d’hand te draaien en hij moeste daar passeren. En ’t stond daar, waar dat Pierie vroeger geweund had, ’n gedaante. En mijn vaders hondje kwam vervaard en ’t liep zere weg. En mijn vader, hij was hij ook vervaard.En dat was voorzekers Pierie die daar stond, want hij geleek er goed aan.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een jongen die was gaan weven in Stacegem, kwam om middernacht met zijn hondje naar huis. Toen de jongen voorbij het huis kwam waar een boer was gestorven, liep het hondje bang weg. De mensen vertelden dat de overleden boer terugkwam.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
261
Jeugd van de vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
Plaats van Handelen
Stacegem   
