Hoofdtekst
In de Gavers zat der daar olsan een doodkeerse. Da luchtje zweefde olsan van den enen boom naar den anderen. Min moeder zei: "Zie ne keer, een doodkeerse, ge meugt niet wenken." En da gebeurde oezwo drie vier dagen tereke. En de vier dagen tereke. En de vierde dag zei Polfliet, me gaan ne keer wenken." Polfliet was ne vlaskommersant die dikkens toezent (bij ons thuis) zat. En je dei de deure open en je wenk, maar die doodkeerse kwam in ene schicht afgevlogen, en Polfliet ha nog juiste de tijd om de deure toe te slaan, en die doodkeerse up de deure hé. Maar ne buus dat da gaf. En den dag derup was ze daar were, maar we hèn der nooit achter gewonken.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
In de Gavers zat altijd een doodkeers. Dat lichtje zweefde van de ene boom naar de andere. Een jongen kreeg van zijn moeder de raad om niet naar het lichtje te wenken. Toen het lichtje al vier opeenvolgende dagen was verschenen, wenkte een vlashandelaar toch naar de doodkeers. Daarop vloog het lichtje in de richting van de man die het had uitgedaagd. De vlashandelaar had nog net de kans om naar binnen te vluchten en de deur te sluiten. Met een luide slag sloeg de doodkeers tegen de deur.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
30
Moeder van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zandvoorde   
Plaats van Handelen
Gavers   
