Hoofdtekst
Mijn moeder heeft nog een keer bereden geweest van de mare. Weet je gij wat dat de mare is? Dat is juist lijk een groot gewicht die op je valt en je zijt lijk versmacht. Je wilt schreeuwen en roepen en je kunt niet. De mare is lijk een stilstand van ’t bloed. Mijn moeder was een keer in heur slaap en ik sliepen in heur kamer en al met een keer ze riep: "Ida, Ida”. ‘k Zeggen: "Wat is er, moeder”? "Pak gij het bij de kop”, zei ze, "ik heb het ik bij de stèrt”! Ik peisde, nondedikke, wat meugt dat zijn, wat zou ze zij bij de stèrt hebben dat ik bij de kop moet pakken? Ik kom bij heur bedde en ik zeg: "Moeder, wat hapert er”? Ze ontwekt. "Ik was bereden van de mare”, zegt ze. Ik zeg: "Wat is dat dan, de mare”? "Dat is entwaar een droef (boosaardig) vrouwmens die mij wilt een poetse bakken”, zegt ze, "en als dat nog zou gebeuren, je moet een beetje water pakken en op mij smijten”.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw die door de maar werd bereden, had het gevoel dat er iets zwaars op haar zat, dat haar probeerde te wurgen. De vrouw probeerde te schreeuwen en te roepen, maar dat lukte niet.
In werkelijkheid was de maar een stilstand van het bloed.
Op een dag riep de vrouw tijdens haar slaap naar haar dochter: "Pak jij het bij de kop, ik heb het bij de staart!" De dochter wist niet waar haar moeder het over had. Even later vernam ze dat haar moeder door de maar was bereden. De moeder legde uit dat de maar een boze vrouw was, die haar een poets wilde bakken. Als ze in de toekomst nog eens door de maar zou worden bereden, dan moest haar dochter water over haar heen gieten.
In werkelijkheid was de maar een stilstand van het bloed.
Op een dag riep de vrouw tijdens haar slaap naar haar dochter: "Pak jij het bij de kop, ik heb het bij de staart!" De dochter wist niet waar haar moeder het over had. Even later vernam ze dat haar moeder door de maar was bereden. De moeder legde uit dat de maar een boze vrouw was, die haar een poets wilde bakken. Als ze in de toekomst nog eens door de maar zou worden bereden, dan moest haar dochter water over haar heen gieten.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
38
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
