Hoofdtekst
De lange man is J.L.Da was ne man J.L. en dien had het in zijne kop gestoken van de mensen benaad te maken. Hij gebruikte zuë een soort wijmen mand, waarop dat de kliërmakers hun kliëren hingen, dan hing hem da e gruët wit laken over, hij truënde ten hiel lang. De mensen hadden da van g’huërd en ze dierven ten saves ne miër buiten kommen want ze kregen schrik, de mensen liepen toen nog nie zuë rap naar de gendarmerie. Toen was er iëne van Hamme-Zogge en die zei – “Ik zal da spuëk wel te pakken krijgen.” Hij verstopten hem en wachtte die vent af, hij hêt hem ten ne kiër een goei troefelink (rammeling) gegeven.
Beschrijving
Een man die de mensen bang wilde maken, hing een laken over een rieten mand die de kleermakers gebruikten om hun kleren op te hangen. Toen de mensen ’s avonds die grote witte verschijning zagen, waren ze zo bang dat ze de politie verwittigden. Een man uit Hamme-Zogge wachtte de grapjas op en gaf hem een flinke afranseling.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
135
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grembergen   
Plaats van Handelen
Hamme-Zogge   
