Hoofdtekst
(Vervolg van 20242)En de nekker, de nekker ook, je had ook nog de nekker dat ze zeiden. Dat was een hond met een keten rond zijn nek, die lijk losgebroken was. En er was ook eens één, hij kwam en eh, die nekker ging mee, altijd mee met hem. En naarmate ze verder kwamen groeide die hond altijd maar. Maar toen ze aan het Gasthuis kwamen… naar het schijnt kunnen ze nergens passeren waar er wijwater is, zie je. Hij was verdwenen.
Onderwerp
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
De nekker was een hond die een ketting rond zijn nek had. Een man die alleen op pad was, werd begeleid door zo'n hond, die alsmaar groter en groter werd. Toen de man voorbij het ziekenhuis was gelopen, was de hond verdwenen. Nekkers konden immers niet voorbij een plaats waar wijwater aanwezig was.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (poperinge)
16A'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
