Hoofdtekst
Bij ons kwamp er ons altijd ene brood helpen bakken en de die heeft ons dat ook azo gelapt. Ons kind werd ziek, en alle nachten was dat op de deure kloppen, ’s nachts werd er op onze zolder gestapt. En wij hadden onder ons deure nep aasnagel gestoken en ze willegen weer binnenkomen, maar z’en kost niet en ze riep: “Doet dat van onder de deure”, maar mijn vaâr kwamp tegen haar opspelen; ’s anderdaags gingen z’om de paster en hij heeft toen wijwater gesmeten. En terbinst (terwijl) dat de paster dat kwamp ontdoen zaten op ons princessenstaken vier gouvogels.
Beschrijving
Bij een familie kwam altijd een vrouw helpen met het bakken van het brood. In dat huis gebeurden echter vreemde dingen. Het kind werd ziek en iedere nacht hoorde men geklop op de deur en gestamp op de zolder. Nadat de mensen een paasnagel onder hun deur hadden gestoken, kon de vrouw die brood kwam bakken niet meer binnen. Ze riep: “Haal dat weg onder de deur!” De mensen lieten de pastoor komen om hun drempel met wijwater te besprenkelen. Terwijl de geestelijke dat deed, zaten er drie geelvinken op de bonenstaken.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
478
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
