Hoofdtekst
De auwelen zaten in Bree in de auwelekalders, dat was in de stadsmuren. Hier verderop stonden hilsdèèren, daar moeten er ook in gezeten hebben. Dat was zo dicht dat er niemand in kos, en wel twee aren groot. Bij D., die boerden daar wat, en die gongen in de Zomer naar Duitsland, want die spraken zo half Vlaams en half Duits, daar gongen ze altijd 'ne ketel lenen. En als ze die dan terugbrachten, dan blonk hij juist of hij nieuw was, zo schoon was hij dan geschuurd.
Onderwerp
SINSAG 0068 - Erddämonen leihen Haushaltsgerät   
Beschrijving
In Bree hadden de alvermannetjes kelders onder de stadswallen. D. had de gewoonte om de zomer in Duitsland door te brengen. De alvermannetjes kwamen dan bij D. een kookpot lenen, die ze na gebruik mooi opgepoetst terugbrachten.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Duitsland   
Bree   
