Hoofdtekst
27 G’-Van mijn moeder, maar Lokkefie heb ik goed gekend, ze (hoor) op haar laatste, maar thuns (toen) mocht ze niet meer komen hé, aangezien dat we die (paasnagel), maar ze kwam niet meer ook ze (hoor), ze kwam op g’heel de Pardassenhoek niet meer.I -En van waar was de die, die Lokkefie?27 -Ik peins dat ze van Sint-Antelinckx was, of van al ginder, Hemelveerdegem al die kanten ginder op.II -Van Woubrechtegem?27 -Van die kanten ...I -Is dat dan de kanten van Herzele?II -Ja, ja.I -Misschien is dat dan diezelfde heks waarvan dat dat ander vrouwtje (Maria Leontina Haelterman) dat in dinge (O.C.M.W.) zat en die zei zo: “Want die haar naam wil ik niet zeggen ze (hoor), want de die heeft nog klein-kinderen en zo.”II -Heeft die nog kleinkinderen die Lokkefie?27 -Dat weet ik niet.II -Ôt (had) zij kinderen?27 -Ik weet ik dat niet, op Pardassenhoek zeiden ze er Lokkefie op omdat ze de kinderen altijd wilde bij haar lokken.II -Lokken?27 -Ziet ge het? Met spekken en met koeken.II -Aanlokken?27 -Ja, en daarna zeiden zij: “Pas op van Lokkefie hé, ge moogt er nooit niets van aanvaarden!”, maar hoe dat zij noemde of wat?I -Heette ze misschien Sophie of zo?27 -Lokkefie zeiden zij.II -Dat kan van alles zijn hé.27 -Ja, ja, dat kan van alles zijn, maar daarmee zeiden zij dat hé jong, omdat ze ons dat goed instampten dat we daar niets en mochten aanvaarden, ‘t was toch dat ze redens hadden en daarbij, ja, waaraf moest zij de jongens spekken of koeken geven, één spek of één koek of iets, ge ôt (had) gij dat thuis ook hé.I -En Lies die heeft verteld dat er een keer een heks ...(Lea kijkt vragend)II -Lies Verstricht van Sunnaert(Alice Vander Stricht, inf. 21)27 -Ja, die ken ik wel.I -dat er een keer een heks, maar ze heeft ook niet willen zeggen wie dat die heks was, dat ze zo een appel zou gegeven hebben aan een meisje en dat die dan gans opgekrold was, allez, opgekruld zo, een ziekte of zo, dat ze gekregen had, dat meisje en dan moest de pastoor komen om het op de geiten te leggen, hebt ge dat al ooit horen vertellen?27 -Voor uit te drijven. Ik heb dat ook al horen vertellen, maar ja ...II -En dat ze het van een mens op een beest overzetten?27 -Ja, dat kan, maar ik weet niet ...I -Hebt ge dat niet horen vertellen, kent gij die heks niet misschien?
Beschrijving
Op de Pardassenhoek liep vaak een vrouw rond, die de kinderen naar zich toe probeerde te lokken met spek en koeken. In een bepaalde boerderij kon die vrouw niet meer binnen nadat men een paasnagel onder de drempel had gestoken.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
27G'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
Plaats van Handelen
Pardassenhoek (Welle)   
