Hoofdtekst
Een ganse nacht geleid.Mijn vader, die was kastlein op een boerenhof en ie reed naar Huise, naar Lozer, en mee ’t vallen van den avond reed ie van dat hof weg, en ast ie buiten dat hof was, al mee ne keer was ie link zijne weg kwijt newaar, en ie altijd voort gereen, gereen, gereen, en deur de kasteelbos gereen, zegt ie en deur straatjes gereen en over bruggen dat ie nie en wee hoe dan die peerden daarover geraakt zijn en die beesten zweetten van ’t trekken mee ne lege wagen. En ast ’s morgens mee de vieren was, komt ‘r hem ne werkman tegen die naar zijn werk ging ieverans, ewaar, en ie zei: “Mijne vriend, waar benne kik hier?” “Gij zij gij hier in ’t kasteelbos te Lozer”, zeit ie; en ie was al van tsaviestn mee te zevenen van Lozer, van Lozer van da boerenhof weg en nie geweten waar dat ie heel de nacht gereen es en ast op de nuchting was, mee diene mens hem aan te spreken, kost diene mens op de goeie weg zetten, dat ie were naar huis kost komen.
Beschrijving
Een man uit Lozer die op een boerderij werkte, reed bij het vallen van de avond naar huis. Onderweg raakte de man echter verdwaald. De paarden waren helemaal bezweet, hoewel ze een lege kar trokken. Om vier uur 's ochtends kwam de man een werkman tegen, die naar zijn werk vertrok. Van die werkman kwam de verdwaalde man te weten dat hij zich in het kasteelbos van Lozer bevond. Daarna vond hij de weg naar huis.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
4
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lozer (kasteel van)   
kasteel van Lozer   
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
Plaats van Handelen
Lozer   
