Hoofdtekst
Variant.D'r kwaam er is ene van de Fret, een van zolle geburen. En die kwaam naar de kermis mee ze lief. Da was ook zo ene. Hij was deur 't bos gegaan met da maske. En hij gaaf ze ne rooie zakdoek. En daar spookten het nijg. Hij moest zijn broek gaan afdoen. En ineens komt er ne grote, zwarten hond naar da maske. En ze gooit die d'r henne, die rooie zakdoek. En onderwegen, hij wilt ze zeker ne kus geven of iet, en dan zaag ze de stukken van die zakdoek nog tussen zijn tanden zitten.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen die door het bos met zijn vriendin naar de kermis ging, gaf het meisje een rode zakdoek wanneer hij naar het toilet moest. Het meisje zag een grote zwarte hond aankomen en gooide de zakdoek naar het beest. Toen haar vriend even later terugkwam, zag ze dat hij de stukken van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.6 Weerwolven
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
425
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oosterweel   
